11
Daucus carota

wilde peen

Het aanbod van verschillende gekleurde wortelen is de laatste jaren flink toegenomen. Naast de gebruikelijke oranje wortel zijn er ook paarse, gele, rode of witte varianten beschikbaar. Het zijn cultivars die hun come-back maken nadat ze een periode in de schaduw hebben gestaan van hun oranje familielid. De voorlopers van de gekleurde wortelen zijn vooral wit. Er waren al gele en paarse varianten, maar in de 16e eeuw veranderde dit, en Hollandse boeren verantwoordelijk waren voor de definitieve doorbraak en populariteit van oranje wortelen. Door een modegril werd de oranje wortel de mondiale marktleider. De voorouder van deze oranje held is de wilde peen die vrij algemeen in Nederland voorkomt.

Je vind de wilde peen in graslanden, taluds en bermen waar niet vaak wordt gemaaid. Op zoek naar de wortel struinen we in het voorjaar door het Westerpark. Bij het typische wortelloof dat we vinden, staan we stil en  graven met een klein tuinschepje het plantje op. De vertakte witte wortel is niet groot van formaat, wel geurig en smaakt echt naar wortel. Door de lange vezels in de wortel is de textuur niet echt een aanrader.

Omdat de wilde wortel geen grote winst boekt ten opzichte van zijn gecultiveerde soort, kun je beter de bladeren maar vooral de zaden gebruiken. De bladeren zijn goed als garnering,  als toevoeging in salade of verwerkt in een pesto. De zaden van de wilde peen zijn zoet en aromatisch en kun je in de nazomer oogsten. De zaden zijn goed te gebruiken in deeg om koekjes te bakken. 

De wilde peen is een schermbloemige, dus altijd een beetje lastig te herkennen. Maar er is een handige markering op het bloemscherm als herkenningspunt. Midden in het witte bloemscherm zit precies één zwart/paarse bloem, alsof er een klein insect zit op zoek naar nectar. Na de bloei vormen de zaden en vouwt het bloemscherm zich op als een kluwen. Dan lijkt de bloemscherm op een vogelnestje.

Terug naar top