Onkruidenier projecten

04
Lycopersicon esculentum

tomaat

Tijdens ons wekelijkse bezoek aan onze groenteman Theo op de Lindengracht markt, op een zonnige voorjaarsmiddag in mei, kregen we zes stuks tomatenplanten mee naar huis. Theo verbouwt zijn eigen groentes in zijn ‘Theo’s tuin’ in Amsterdam West. In de wintermaanden verzamelt hij zaden, tegenwoordig ook van tomaten op Sicilië. Deze zaden van Siciliaanse pomodori tomaten zijn Theo’s hoop op een nieuwe smaakkraker. De overdonderende kiemkracht van deze liefdesappels gaf ons mogelijkheid te kunnen voorzien in onze eigen oogst. Door onze zonrijke stadstuin en de redelijke zomer, transformeerden onze pomodori’s tot zoete bessen op miniatuur formaat.

Voor een jaar verbleef de Onkruidenier in Maastricht, waar we dagelijks langs de maas wandelden tussen ons huis in Nazareth en de studio op de Jan van Eyck academie in het centrum. Met de warme zomer schoten weelderig rankende tomatenplanten langs de rivier tussen het gras omhoog. De zaden van kastomaten komen via het open riool in de rivieren terecht en kunnen met de warme temperaturen eenvoudig kiemen en volgroeide tomaten voortbrengen. Een hyper gecultiveerde kastomaat staat op het punt zich in een nieuw landschap te vestigen — een verwilderde kastomaat in een biotoop van het Nederlands landschap. 

Negentiende eeuwse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt is ongetwijfeld de moeder van onze kastomaat tegengekomen tijdens zijn reizen in Zuid Amerika. Von Humboldt heeft zelfs een wilde tomaat (Lycopersicon humbodltii)  op naam gebracht.  Op steeds meer plekken in Nederland lukt het de verwilderde kastomaat om nakomelingen te maken. De Onkruidenier kwam ook exemplaren tegen langs de Dommel in Eindhoven! Mede door de warme en zonnige zomer van 2018, lukte het de tomaten om zonder hulp van de mens rijp worden en te vermeerderen. Deze tomaat, die zijn oorsprong heeft in het Andesgebergte en oorspronkelijk klein als een knikker en geel van kleur is, heeft zijn intrede gedaan in Europa nadat de Spanjaarden de tomaat meenamen uit Zuid Amerika, nadat Columbus dit had gezien. Pas na de tweede wereldoorlog zijn we in Nederland verknocht geraakt aan deze bes, die we toch groente noemen vanwege een uitspraak door een Amerikaanse rechtbank ivm te heffen belastingen. Inmiddels is de tomaat de meest gegeten groente ter wereld, volledig aangepast aan het kweken in de kas bij een constante temperatuur van 18 graden celsius, een gedoseerde hoeveelheid water en wat voedingsstoffen. Zaden van de kastomaat zijn via ons spijsverteringskanaal in open water systemen ontsnapt en hebben groeiplaatsen gevonden langs grachten, uiterwaarden van rivieren en steeds vaker tussen de stoeptegels. Op genetisch niveau lijkt de kastomaat niet meer op de tomaat uit het Andes gebergte. Het is een ander soort plant geworden, die ook in de Flora van Nederland wordt genoemd, maar zijn status is al sinds zijn eerste vermelding in de flora ingedeeld als ‘niet-ingeburgerd’. Zouden we deze tomaat die lengtes kan bereiken van wel 150 meter als een invasieve exoot moeten beschouwen? Hoe moeten we hier mee omgaan? Is het niet klaarblijkelijk dat deze, uit een door de mens gedomineerd systeem, ontsnapte soort een eigen vorm van classificatie zou moeten krijgen? Met de komst van een nieuw besef van natuur, zou het niet wenselijk zijn om onze ideeën over classificatie te vernieuwen en niet uit te gaan van termen als inheems en uitheems, exoot of adventief, cultivar, hybride en kruising?

Terug naar top